Interview Fonk Magazine

September 28th, 2009

A 4-page interview in Fonk Magazine.

fonk_interview_p1_may09fonk_interview_p2_may09

fonk_interview_p3_may09fonk_interview_p4_may09

[Intro]

Annie Hoogendoorn won de eerste Lex van Rossen Award voor muziekfotografie en mag zichzelf een groot talent noemen. Intimiteit speelt een grote rol in haar fotografie, maar ze staat vooral open voor wat zich aandient. ‘Ik focus op de momenten. Mijn  stijl is heel intiem, persoonlijk, spontaan, maar ook rauw en romantisch tegelijkertijd.’

tekst: Christiaan Wacanno

Annie Hoogendoorn had altijd al de behoefte om dingen vast te leggen. Mede daardoor ontstond haar interesse in fotografie. ‘Daarmee is het begonnen, ja, al toen ik zeven of acht jaar oud was. Ik was er constant mee bezig, voornamelijk tijdens vakanties en reizen. Iedere avond dingetjes opschrijven, spullen verzamelen. De herinneringen vastleggen.’ Hoogendoorn kwam pas later bij fotografie terecht. Wat sprak haar daarin aan?

‘Het visuele aspect van het geheugen. Ik vond het zoiets magisch om met een cameraatje iets vast te kunnen leggen, wat vervolgens nooit meer terugkomt. Daardoor ben ik meer gaan fotograferen. Maar misschien ook wel omdat mijn familiesituatie erg was gewijzigd: mijn moeder verhuisde naar de VS toen ik dertien was. Ik ging met haar mee, samen met mijn zusjes, broertje en stiefvader; mijn echte vader bleef hier. Hierdoor kreeg ik nog meer de drang om dingen vast te leggen. Je kunt alles zomaar verliezen, zeg maar.’


Verenigde Staten

Hoogendoorn heeft in totaal vijf jaar in de Verenigde Staten gewoond. In Oregon, in een klein dorpje aan de westkust. Ze zat op de High School en studeerde een jaar aan  de universiteit. Terug in Nederland – ze was inmiddels achttien – deed ze de vooropleiding Kunstacademie, communicatiemanagement in Utrecht en een jaartje Journalistiek. ‘Tijdens dat jaar kwam ik erachter dat ik toch meer de beeldende kant van het vertellen op wilde gaan. Ik ben gestopt met de opleiding, ben gaan fotograferen en heb vervolgens toelating gedaan voor de fotoacademie in Amsterdam.’ In de hoofdstad kwam ze volledig tot haar recht; fotografie bleek echt haar ding. Hoe omschrijft ze haar stijl eigenlijk? ‘Ik focus op de momenten, momenten in het leven. Daarnaast is mijn stijl: heel intiem, persoonlijk, spontaan, maar ook rauw en romantisch tegelijkertijd. Ik probeer klassieke elementen in vormgeving en licht te gebruiken, maar ook wat moderne aspecten te benaderen. Hierin zit ook dat intieme, de persoonlijke ervaringen.’

Close dus, is haar benadering. Hoe zorgt Hoogendoorn ervoor dat het persoonlijk en intiem wordt, terwijl ze de mensen helemaal niet kent? ‘Daarvoor moet ik gewoon heel veel tijd met ze doorbrengen; uren, weken, soms maanden, dat verschilt per keer. Ik wil echt weten wat er in mensen omgaat; waar ze vandaan komen, welke ideeën ze hebben, hoe ze hun leven leiden. Het gaat erom een band te creëren. En ik kies ervoor om echt in hun wereld te stappen.’


Groepen

Vooral groepen vindt Hoogendoorn boeiend. Betekent dit tevens dat ze het mákkelijker vindt om groepen te fotograferen? ‘Jazeker, maar het is ook de reden waarom ik dit doe. Tuurlijk, ik ben daarnaast een enorme muziekliefhebber – dat is misschien wel de voornaamste reden van mijn (pop)fotografie. Maar tegelijkertijd is het ook heel makkelijk, omdat deze artiesten altijd in dat groepje zitten. Voor een optreden, backstage, na het concert; op de een of andere manier communiceren ze met elkaar, zijn ze met elkaar.’

Hoogendoorn gaf al eerder aan dat ze de mensen echt wil leren kennen. Hoe vertaalt zich dat idee van ‘iemand leren kennen’ naar een foto? ‘Je ziet het soms terug in de zin dat mensen een bepaald vertrouwen uitstralen. Je zíet dat ze mij kennen in de foto;  in een bepaalde blik of reactie. Of juist in het feit dat ze misschien niet meer doorhebben dat ik er ben. De eerste dag dat je met mensen meegaat, ben je nog heel erg aanwezig. Ze gaan bijvoorbeeld gekke bekken trekken voor de camera, dat soort dingen. Maar op een gegeven moment maak je deel uit van de groep en val je zelf als fotograaf minder op. Het is niet zo dat ik helemaal wil wegvallen, je moet ook aanwezig zijn. Er  moet een bepaalde balans zijn.’


Intimiteit

Voor haar fotografie ensceneert Hoogendoorn nooit. Ze probeert datgene vast te leggen wat zich voordient. Soms maakt ze een aantal foto’s, soms gebeurt er uren niets. En ondanks dat ze zich alleen bezighoudt met wat zich ‘natuurlijk’ afspeelt, realiseert Hoogendoorn dat haar fotografie toch vaak een thema bevat. ‘Ik merk dat ik  heel erg bezig ben met het thema ‘intimiteit’. En dat kun je op heel veel manieren invullen; in relaties, binnen familie, bij je vrienden. Ik denk dat ik dat wil onderzoeken, omdat mijn familie op jonge leeftijd uit elkaar ging.’

Hoogendoorn staat voor alles open, maar popfotografie heeft een heel grote voorkeur. Mede aangewakkerd doordat ze als vrijwilliger bij het poppodium Ekko heeft gewerkt. ‘Ik werkte achter de bar, voor een jaar of zes. Daar ben ik ook een beetje opgevoed met nieuwe muziek, vernieuwende bands. Het was meer de ondergrondse scene, muziek die je pas jaren later op de radio hoorde. Van hiphop tot jazz, en van pop tot electro. En doordat al die bands daar speelden, ik daar rondwandelde en al die mensen soundchecks deden, werd ik steeds meer benieuwd naar die muziek. Waar kwam het vandaan? Waar is het een uiting van? Het was echt psychologisch, mijn sterke nieuwsgierigheid.’


Kunstenaar

Naast haar vrij werk fotografeert Hoogendoorn ook voor editorials. Ze deed opdrachten voor onder meer ELLE girl en Revu. Maar het is niet haar doel in de fotografie. Ziet Hoogendoorn zichzelf meer als kunstenaar dan als fotograaf? ‘Ja, ergens wel, want ik wil een verhaal vertellen. Maar het woord kunstenaar vind ik zo vervelend klinken, zo van: ik ben een kunstenaar. Maar als je het even extreem zet, een artiest tegenover een fotograaf die voornamelijk in opdracht werkt, dan zie ik mezelf meer als ‘kunstenaar’.’

Hoogendoorn benadrukt dat ze opdrachtfotografie heel leuk vindt om ‘erbij te doen’, maar vrij werk vindt ze leuker. ‘Ik zeg niet dat ik geen opdrachten wil. Het biedt je bovendien veel vrijheid als je commercieel werkt. Je kunt natuurlijk de subsidiehoek in gaan, maar je blijft afhankelijk van subsidiegevers. Als je gewoon lekker aan leuke commerciële opdrachten kunt werken, en daardoor ook vrij werk kunt doen, is dat ideaal.’


Moeilijk

Haar manier van fotograferen gaat Hoogendoorn makkelijk af. Zoals gezegd ensceneert ze nooit, en ‘wacht ze gewoon af’ tot interessante dingen zich voordoen. Heeft ze nooit problemen? Door deze manier van werken maakt ze vast wel eens een uitglijder… ‘Ik heb op zich nooit echt moeite met dingen die ik aantref, omdat ik geen verwachtingen heb. Ik probeer niet van tevoren te bedenken wat voor soort beelden ik ga fotograferen. En natuurlijk moet je creatief zijn, met het weinige licht in backstage ruimtes bijvoorbeeld. Het heeft ook wel zijn charme, maar ik probeer gewoon zo onbevooroordeeld mogelijk op mensen en situaties af te stappen. Hierdoor heb ik geen echte problemen, want het is wat het is. Ik zie datgene wat ik tegenkom, en daar probeer ik wat over te vertellen.’

Onbevooroordeeld, het klinkt aannemelijk. Maar ze heeft toch ook wel eens slechte dagen, naast de goede? Wat maakt dat verschil? ‘Locatie en technische aspecten als goed licht kunnen een dag goed maken. Als de omgeving leuk is, kan het meevallen. Aan de andere kant is dat niet hetgeen waar ik voor ga. Soms denk ik: leuke plek was dat, en dat levert sowieso mooie foto’s op. Maar uiteindelijk draait het daar niet om. Als het heel erg lelijk is, is het misschien juist een heel interessante foto. Of omdat de locatie zo verschríkkelijk kaal of vies was. Zogenaamde ‘tegenslagen’ wil ik ook meepikken. Het moet vooral iets zeggends zijn. Het lastigste is misschien als je geen connectie hebt kunnen maken met de personen die je moet fotograferen. Ik kan me voorstellen dat ik dan denk: nou, dat ging heel moeilijk. Maar eerlijk gezegd heb ik dat nog niet meegemaakt.’